Notitie: 'Verduurzaming utiliteitsgebouw'

Minister Wiebes heeft begin 2018 vijf Klimaattafels opgestart, met als doel een nieuwe Energieakkoord te ontwikkelen. Een van die Klimaattafels is de gebouwde omgeving, die voorgezeten wordt door Diederik Samson. Binnen deze Klimaattafels zijn vijf werkgroepen, waarvan er een ‘Financiering & Normering’ is, onder leiding van Jeroen Pels. In deze notitie wordt het plan uitgewerkt voor de subwerkgroep ‘Financiering & Normering voor de Utiliteitsgebouwen’.

Samenvatting

De gebouwde omgeving bestaat uit woningen en utiliteitsgebouwen en is met 40% verantwoordelijk voor een groot deel van de CO₂ uitstoot. De utiliteit neemt een groot deel van de gebouwde omgeving voor rekening en dus de CO₂ uitstoot. Er zijn in Nederland 480.000 utiliteitsgebouwen, die ongeveer 460 miljoen m2 aan vloeroppervlakte voor rekening nemen.

De utiliteitsgebouwen zijn eigendom van overheid, beleggers (verhuurders) of bedrijven voor eigen gebruik. Het is dus zowel maatschappelijk , commercieel als zakelijk vastgoedOngeveer de helft van de utiliteitsgebouwen heeft thans een groen label (A, B of C). Bron: ECN.

De afgelopen jaren zijn er diverse initiatieven geweest om de utiliteit te verduurzamen. Met de nog in te voeren wetgeving rondom de C-label eis voor alle kantoren in 2023 en de informatieplicht voor bedrijven, een omgedraaide bewijslast, in de Wet Milieu Beheer is de eerste stap gezet. De werkgroep utiliteit stelt een aantal maatregelen voor, die noodzakelijk zijn voor de transitie naar duurzaam vastgoed. Voor de benodigde maatregelen maken we een onderscheid tussen gebouwgebonden en niet-gebouwgebonden (=gebruiksgebonden) maatregelen.

In deze notitie wordt de denkrichting aangegeven om een helder tijdspad richting 2050 tot een CO₂ neutrale utiliteitsbouw te komen. Allereerst wordt helder gemaakt wat de scope van deze subwerkgroep is, dan welke uitdagingen er zijn. Dit heeft geleid tot de volgende probleemstelling: op welke wijze kan in de utiliteitsbouw de CO₂ uitstoot gehalveerd worden in 2030 in vergelijking tot 1990 en geheel neutraal in 2050. Hieronder worden de belangrijkste problemen benoemd.
o De heterogeniteit van de utiliteit bemoelijkt een gestandaardiseerde oplossing
o De huidige labels geven geen inzicht in het werkelijk verbruik
o Energiekosten zijn relatief laag t.o.v. totale exploitatiekosten
o Wetgeving/juridisch kader werkt belemmerend (bv split-incentive, handhaving )

Met diverse partijen en belangengroepen (zie hd 10) zijn er een aantal initiatieven/ maatregelen verder uitgewerkt. Samenvattend zijn dit:
1. Maak energieverbruik transparant en normeer o.b.v. werkelijk verbruik
2. Oplossingen voor het split-incentive vraagstuk a. scheiding normering eigenaar en gebruiker b. all-in huur c. green-lease d. prestatiecontract in huurcontract opnemen
3. Ontwikkel een centraal data-platform Met deze maatregelen zijn wij ervan overtuigd dat de utiliteit een belangrijke bijdrage levert aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving en aan de doelen die in het Klimaatakkoord gesteld zijn.